In Nederland wonen anderhalf miljoen Nederlanders die moeite hebben met lezen en schrijven. Om te voorkomen dat deze groep groter wordt, is het belangrijk dat kleine kinderen al vroeg in aanraking komen met geschreven taal. Bekend is dat hoe meer ouders hun kinderen voorlezen hoe makkelijker zij de schoollessen oppakken. Voor de grote groep laaggeletterde ouders is het voorlezen en samen lezen niet vanzelfsprekend. Voor jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen is het ook moeilijk om te communiceren over medische of opvoedkundige vragen met laaggeletterde ouders. Ze hebben niets aan de vele folders die we zo vanzelfsprekend uitdelen.
Maar hoe herken je analfabetisme? Hoe benader je laaggeletterde ouders? En, hoe krijg je ze zover om een lees- en schrijfcursus te gaan volgen?
Op het consultatiebureau komen jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen vaak in contact met ouders die niet kunnen lezen en schrijven. Dit is het uitgelezen moment om mensen te motiveren een taalcursus te volgen. Sluit ik met mijn voorlichting voldoende aan bij de vragen van ouders? Sluit mijn opvoedkundige advies aan bij het kennisniveau van de ouder?
Om laaggeletterdheid te kunnen herkennen, bespreekbaar te maken en om gezondheidsvoorlichting goed aan te laten sluiten bij laaggeletterden, worden deze bijeenkomsten georganiseerd. Zo kunnen we zorgen dat de volgende generatie een betere start kan maken!